Marcel sleutelde als kind al het liefst aan techniek. “Je had van die elektronicasetjes, daar bouwde ik schakelingen mee. Geweldig vond ik dat.” Die nieuwsgierigheid bleef. Na zijn opleiding ging hij aan de slag als elektromonteur, maar na zijn militaire dienst werd het economisch zwaar. “Ik was jong en stond ineens op straat. Ik pakte van alles aan en voer zelfs tijdelijk mee in de binnenvaart om schepen te bevoorraden. Leuk werk, maar de techniek bleef aan me trekken.”
Booming business
Dat bracht hem bij een bedrijf in datacommunicatie, waar hij computernetwerken aanlegde. Toen het daar minder ging, tipte een collega hem over Kremer. “Dat is een stabiel bedrijf,” zei hij en dat bleek een schot in de roos. “Het was precies de periode waarin computernetwerken booming business waren”, vertelt Marcel. “Coax bleek onbetrouwbaar, UTP kwam op en bedrijven wilden massaal overstappen. Het werk stroomde binnen. Ik bouwde in die tijd honderden netwerken.”
Zwakstroom: het fijnere werk
Gaandeweg verschoof Marcels werk verder richting beveiliging: brandmeldinstallaties, inbraak, onderhoud en het programmeren van centrales. Met trainingen en opleidingen rolde hij er stap voor stap in. “Waar elektrotechniek vaak het grovere werk is, zit ik nu in de zwakstroom”, zegt hij. “Dunne kabels, kleine draadjes, printplaten, weerstanden. Echt priegelwerk. Je moet nauwkeurig zijn en geduld hebben, daar haal ik juist plezier uit.” En makkelijker wordt het niet: de techniek ontwikkelt razendsnel. Nieuwe software, nieuwe systemen, AI-apparaten. “Je moet nieuwsgierig blijven naar wat erachter zit. Tegelijk nemen controle, eisen en verantwoordelijkheid toe. Nieuwe of complexe systemen bouwen en testen we dan ook vaak eerst in onze eigen testruimte.”
Veel vrijheid, nooit alleen
Storingsdienst hoort erbij, maar dat is bij Kremer volgens Marcel goed geregeld. Het meeste wordt tegenwoordig op afstand opgelost. Met vier monteurs draait hij ongeveer een week per maand, ruim van tevoren gepland. “Je weet het hele jaar waar je aan toe bent. Kun je niet, dan ruil je met een collega.” De dagelijkse planning krijgt Marcel meestal kort van tevoren. Grote klussen kunnen meerdere dagen duren en tussendoor kan een storing binnenkomen. “Dan ga je naar een andere klant en pak je het later weer op. Dat hoort erbij. Die afwisseling en vrijheid om je dag grotendeels zelfs te regelen, vind ik prettig. En lukt iets niet op tijd, dan wordt het opnieuw ingepland. Overuren probeert Kremer zoveel mogelijk te voorkomen.”